De lustige lvd vissers

 


 

Iedereen die als klein meisje of jongetje te vissen is geweest weet dat de worm een goede aassoort is om meerdere vissoorten te vangen. Ook voor de specifieke witvisserij is de worm onmisbaar. Het is een natuurlijke aassoort voor de witvis en wekt geen argwaan bij de vis. Vroeger werd er veel gebruik gemaakt van de regenworm of een enkel mestpiertje. Tegenwoordig biedt de handel ook andere soorten aan. Vooral de z.g. Canadese springers worden nu veel gebruikt.

De gewone regenworm is vrij gemakkelijk zelf te steken. Wanneer u een grasveldje in de buurt heeft, zal een maaltje regenwormen niet moeilijk te vinden zijn. Een vork en enig uithoudingsvermogen leveren al gauw een mooi volle bak wormen op.
Vaak heeft de regenworm een afmeting die we als wedstrijdvisser te groot vinden. Daarnaast heeft de regenworm het nadeel om al gauw uitgeblust in een lange sliert aan de haak te hangen. Niet erg geschikt als haakaas dus. De regenworm is echter wel zeer geschikt om door het grondvoer te mengen.

De grote dauwworm is niet geschikt om als haakaas te dienen. Hij is veel te groot en te zwaar. Wel is het aan te raden eens dauwpieren te gebruiken door het grondvoer. Door de dauwpieren in kleine stukjes te knippen, krijg je met weinig wormen redelijk veel wormenvlees. Ook bloeden dauwpieren flink, wat een lokkende werking heeft.

Het mestpiertje wordt al lang gebruikt door de sportvisser. Dat is ook terecht. Het mestpiertje kunnen we krijgen in verschillende maten en is daarmee uitstekend geschikt als haakaas. Ook heeft de mestpier de goede eigenschap beweeglijk te zijn, iets dat een haakaasje natuurlijk aantrekkelijker maakt. Belangrijk is dat we vissen met ‘schone’pieren. Wanneer u zelf mestpiertjes kweekt of misschien bij een boer uit de mesthoop haalt, is het belangrijk dat u de pieren in schone grond zet voordat u ze voor de wedstrijd kunt gebruiken. De mestpiertjes zullen de schone grond opvreten en daarmee verliezen ze de mestgeur. Twee dagen in schone grond is meestal wel voldoende

Tegenwoordig biedt de handel ook wormen aan die oorspronkelijk uit Canada komen. Deze wormen hebben voor de sportvisserij ideale eigenschappen. Zij zijn vrij stevig en erg beweeglijk. Ze worden ook wel springers genoemd. Beide eigenschappen zorgen ervoor dat ze perfect op de haak blijven zitten en ook nog eens veel bewegingen maken, wat de aandacht van de vis trekt.De wormen zijn in verschillende maten te verkrijgen en daarmee zijn ze een favoriet haakaas.

Een gemiddelde wedstrijdvisser die elk weekend wel een wedstrijd vist gebruikt in een seizoen flink wat wormen. Zeker wanneer er IJsselmeerwedstrijden of wedstrijden op groot water bij zitten. Wanneer al deze wormen gekocht moeten worden zal de rekening aardig oplopen. Veel wedstrijdvissers worden op een of andere manier wel gesponsord. Voor de wat minder gelukkigen onder de wedstrijdvissers is er de mogelijkheid om zelf wormen te kweken. Vooral de mestpiertjes zijn op eenvoudige wijze goed te kweken. De methoden variëren van een simpele composthoop tot een complete kwekerij met verschillende kweekbakken. In de handel kunt u boekjes krijgen waarin het kweken van wormen uitgelegd wordt. Voor de wedstrijdvissers die beginnen met het kweken van wormen een absolute aanrader.

Plaats je compostvat op een zonnig plekje. Door zijn donkere kleur absorbeert het vat de warmte van de zonnestralen. Zet het vat niet rechtstreeks op de aarde, maar ondersteun de buitenrand van de bodemplaat met een paar tegels of een houten palet. Zo voorkom je dat de bodemplaat in de grond zakt. De gaatjes in de bodemplaat zorgen voor luchttoevoer langs onder. Langs dezelfde gaatjes sijpelt het teveel aan vocht weg.

Onderaan in het vat leg je een laag van een paar centimeter stukjes hout. Deze takjes mogen 10 à 15 cm lang zijn. Voeg nu je groente- en fruitafval en kleine hoeveelheden tuinafval aan het vat toe. Het is belangrijk regelmatig te beluchten, minstens wekelijks. Je doet dit door de beluchtingsstok in het vat te steken, hem een kwartslag te draaien en daarna de stok opnieuw uit het vat te halen. Herhaal dit zo’n vijftal keer. Na een half jaar is de compost gebruiksklaar.

Wormen zijn zeer geschikt om door het grondvoer te mengen. Veel wedstrijdvissers knippen de wormen eerst een paar keer voordat ze door het voer gemengd worden. Dit heeft twee voordelen. Door de worm doormidden te knippen zal hij licht bloeden, wat een lokkende werking heeft. Het tweede voordeel is dat door de worm te knippen hij zeer beweeglijk wordt maar toch niet weg kan kruipen. Er zijn wedstrijden aan het IJsselmeer of grote rivieren e.d. waar het bekend is dat er zonder wormen niets gevangen wordt. Bij deze wedstrijden worden liters wormen verbruikt. Vooral bij het feedervissen worden de korven dan volgepropt met wormen. Het is belangrijk om de wormen niet te lang in het voer te laten zitten omdat ze, zeker bij warm weer, vlot sterven. Het is dan ook zaak om steeds een kluitje wormen op het voer te leggen en deze pas te mengen en te knippen op het moment dat de korf gevuld wordt of op het moment dat we besluiten bij te voeren. Heeft u niet voldoende wormen, dan kunt u ook gebruik maken van een wormen- extract. Dit zijn sterk geconcentreerde flavours die we gemakkelijk door het voer kunnen mengen. Hoewel we dan wel de geur van wormen in het voer hebben zal de vis geen wormen aan treffen. Het is dus wel zaak om in ieder geval enkele wormen door het voer te mengen

Er zijn nog steeds sportvissers die een worm in zijn geheel op de haak willen rijgen. Het resultaat hiervan is dat de worm niet of nauwelijks beweging vertoont terwijl we juist het haakaas aantrekkelijk willen maken. Het beste is om de worm op driekwart van de kop door te steken en daarna de kop op de haak te prikken. Er blijft dan een flink stuk van de worm vrij en juist dit stuk beweegt. Bij het gebruik van kleinere mestpiertjes is het vaak al voldoende om ze alleen door de kop te prikken. Wel zullen we iets meer geduld moeten hebben bij het aanslaan om de vis de kans te geven niet alleen het losse stukje te grijpen.

 

Wanneer we veel wormen door het voer mengen lopen we het risico ook paling te lokken. Paling is een vissoort die voor elke wedstrijdvisser een drama kan zijn. Veelal kost het ons een onderlijn of zelfs de gehele montage. Het is zaak om dan voorzichtig om te gaan met het bijvoeren van wormen of andere aassoorten. We willen immers brasem vangen en geen paling.